Het Tiense struifspel

Gepost op 30 maart 2011, in Maatschappij, door Kevin Logist

Het struifspel was lange tijd het meest geliefde vermaak van de Tienenaar. Hoewel de kunst van dit spel niet zo edel is als kruis-, bal-, of handboog, toch noemen de struiven zich ook schutters. In Tienen bestaan er twee soorten struifspelen: het groot en het klein.

Vroeger werd het groot struifspel het meest beoefend. Maar dat was ook het moeilijkste. De afmetingen van het groot spel zijn 90 cm op 110 cm voor het raam, het staat schuin in een hoek van 45 graden. Het raam sluit op een houten bak, ongeveer 15 cm diep en gevuld met leem. Op 5 à 6 cm van elkaar worden horizontaal koorden gespannen, met in het midden twee verticale koordjes op 7 à 8 cm afstand. De schutter werpt vanop 9 meter, elke schutter op zijn beurt, 8 ‘ijzers’ (koperen bolvormige schijven met een diameter van 8 cm en een dikte van 2 cm).

De geworpen getallen worden door een schrijver opgetekend. het afroepen van de getallen klinkt vreemd: “ienko, twio, dréo, viro, vijvo, zéso, zévo, achto, neigo, Roza (roos)”. Buitenspel, dus boven of onder het koordenspel, “olie”. Na iedere gang opent de trekker het raam en met een bevochtigd truweel wordt het kleioppervlak terug glad gestreken. er zijn drie soorten prijzen: hoog etal, laag getal en rozenprijs.

Het klein struifspel wordt op dezelfde wijze gespeeld, alleen de afmetingen zijn kleiner, het raam is 45 cm op 60 cm. De werpafstand is 4 meter.

Vandaag lijkt het spel eerder in de vergetelheid geraakt, hoewel het nog steeds van de partij is, wanneer er volksspelen worden bovengehaald. In juni 2010 werd er blijkbaar ook nog een stadsprijskamp van het kleine struifspel georganiseerd. Ook in Leuven kent/kende het spel een sterke populariteit.

Wie over dit spel meer informatie heeft, mag ons dit altijd bezorgen, dan vullen we dit hier aan. Mail naar opgewekTienen@opgewekTienen.be.

Foto: www.erfgoedcelleuven.be.

Trefwoorden:  

Reageer