Selecteer een pagina

Gine ijle

“En van waar ben jij?” Een typische vraag die gesteld wordt wanneer je iemand nieuw leert kennen. Tijdens een opleiding, op een receptie, bij een nieuwe collega, zelfs wanneer je staat aan te schuiven bij de broodjeszaak is de vraag waar je vandaan komt een heel waarschijnlijk onderwerp. Haast filosofisch. En dan begint het: je accent heeft je al verraden. Je bent Limburger, West-Vlaming, Antwerpenaar…, maar je woont er niet meer. Da’s mooi meegenomen, dan kan je ook nog eens vertellen waarom je verhuisd bent. Voor de liefde, voor je werk, omdat het er goedkoper wonen is, noem maar op…

Recent stelde iemand me nog die vraag: “Waar kom je vandaan?” We zaten samen in mijn wagen op de E40 op weg van Gent naar Leuven. Ik pauzeerde even voor ik aanstalten maakte om een antwoord te formuleren, waarbij ik even wegmijmerde in de overweging om de existentiële toer op te gaan. Dan kon ik mijn gesprekpartner antwoorden dat ik niet helemaal zeker ben waar ik dan precies vandaan kom, maar dat ik me liever focus op wie ik ben en waar ik naartoe ga. Kwestie van niet in het verleden te leven. Gelukkig zijn pauzes al heel vaak mijn sociaal aanvaardbaar redmiddel geweest.

“Tienen?” Hij zei het met stem alsof hij net aan een fles zure melk had geroken. Ik vermoedde hierdoor dat hij al wel eens eerder gehoord had van de Suikerstad uit het Hageland. “Hm.” Een veelzeggende reactie, collaborerend met de oorverdovende stilte die erop volgde. “Ben je er al geweest?”, vroeg ik langs mijn neus weg, benieuwd naar z’n reactie. “Ja, hoor. Eén keertje.” Klinkt als een gezonde basis voor zijn ‘lichamelijke’ reactie op Tienen. Verder gaf hij geen commentaar. Na een korte aarzeling, mompelde hij: “Klopt het…euh… wat ze zeggen over Tienen?”
Mijn neus begon ineens heel hevig te bloeden, toen ik zei: “Hoe bedoel je?” Ik wist maar al te goed wat hij bedoelde. Ik weet wat er over Tienen ‘wel eens’ wordt gezegd. De onverzadigbare nieuwsgierigaard in mij kon het niet laten om te weten of er ook nog andere negatieve uitspraken over Tienen de ronde doen, dus ik zweeg en liet de bal in zijn kamp.
Aarzelend antwoordde hij: “…Je weet wel… Ze zeggen toch dat Tienen een beetje… een marginale stad is.” Voilà, het hoge woord was er uit. En waarom toch, vraag ik me af. Waarom heeft Tienen die naam? Waarom wordt er gesproken over de marginale driehoek? Voor diegenen die er nog nooit van gehoord zouden hebben: Aarschot, Diest en Tienen vormen de drie uiteinden van deze denkbeeldige figuur. Volgens een stadslegende zou Napoleon er, in zijn tijd, alle soldaten die door de oorlog gek geworden waren hebben laten kazerneren. Anders gezegd, die mannen waren er psychisch niet helemaal meer bij. Maar fysisch natuurlijk wel. En de rest kan je waarschijnlijk raden. Dat, zou de reden zijn voor de negatieve connotatie die Tienen al heel lang met zich mee draagt.

Maar waarom is dat vandaag nog? Laten we eens nadenken over alle marginale dingen in Tienen. In de bedrijfswereld? We hebben wereldbedrijven zoals Bosch, Sylvania, ISS, de Suikerraffinaderij, de Citrique, en ontelbare kmo’s die het heel erg goed doen. Natuurlijk gaat het niet altijd even goed, en dan nog misschien vooral nu, maar of dit onder de noemer marginaal valt… ik denk het niet. Dus daar ligt het al niet aan.
Is de oorzaak dan misschien te zoeken bij andere factoren? Misschien bij onze succesvolle tweedeklasse voetbalploeg. Of misschien bij het meest bezochte stadsfestival van Vlaanderen, Suikerrock. Ah, het zal waarschijnlijk te wijten zijn aan de rijke Romeinse geschiedenis die in Tienen terug te vinden is. Nee, dat lijken mij allemaal geen marginale toestanden.

Waar ligt het dan wél aan? Wacht… we hebben ook een vrij omvangrijke Grote Markt. Daarop organiseren we elke week, je raadt het nooit, de markt. We hebben eigenlijk een zee van ruimte om eender wat te organiseren in het midden van de stad. Negatief? Niet echt. Hmm… het wordt moeilijker.
Tienen is overal dichtbij: Leuven, Brussel, Hasselt. Nee?
Tienen is aangenaam om wonen? Da’s ook positief.
Tienen… heeft één van de mooiste dialecten uit Vlaanderen. Dat is ook wel zo, maar is nauwelijks marginaal te noemen. Het enige wat jammer is, is dat ik die dialectische massage nooit leren geven heb. Echt jammer.

Ik geef het op! Ik kan maar niet vinden wat er dan precies zo marginaal is aan Tienen. Ik weet het echt niet. Ik kan alleen maar goede dingen verzinnen en ik ben er nog fier op ook.
Oh ja, nog even terug naar het gesprek met de man in mijn auto. Ik antwoordde hem gewoon: “Ik weet het niet.” Hij keek even onderzoekend in mijn richting en ging dan over op een ander onderwerp. Waarom wilde ik hem niet overtuigen? Ik keek glimlachend voor me uit, in de verte over het verse asfalt, en realiseerde me dat ik het geheim van mijn thuishaven, onze stad, niet te grabbel wilde gooien.

Wil je meer weten? Surf naar www.opgewekTienen.be en laat je inspireren!