Selecteer een pagina

U kent ze wel: de hondeneigenaars die zich niets aantrekken van het verbod op honden op het strand en die hun lieftallige huisdier op de meest strategische plaatsen van de dijk ‘hoopjes’ laten maken. Niet dat we iets tegen honden hebben, neeuhj, verre van. Tenzij enkele kattenliefhebbers, die niets van onze trouwe viervoeter willen weten, wegens niet eigenzinnig genoeg (zoals Minneke Poes dat wél is) of wegens te groot of te veel kwijl (Sint-Bernard, iemand?). Neen, Fikkie kan er niks aan doen. Het zijn echter de eigenaars van Fido die zich niets aantrekken van enige bepalingen die door de verschillende kustgemeenten worden opgelegd.

Wie is er al niet eens in een hondenpoep getrapt? Wie ergert er zich nu niet eens aan de honden die ‘onbeheerd’ over het strand of over de dijk lopen? Toegegeven, meestal zullen de hondeneigenaars zich pas op het strand begeven, nadat de bewaking van de reddingsdiensten erop zit, zo rond zeven uur ’s avonds. Toch blijft het vervelend als we overdag uitwijkmanoeuvres moeten doen om niet over leibanden te vallen of om niet in ‘drollen’ te trappen.

Erger nog is dit fenomeen ’s avonds, wanneer iedereen zich aan het ‘dijklopen’ zet (Je moet van dat kustvocabularium houden, niet?). Natuurlijk komen dan alle oudere dames (‘moedertjes’) buiten om samen één of meerdere honden, die gemakkelijkheidshalve op maat van de eigenares werden gekweekt. Het zijn die typische schoothonden: de Yorkshire, de Shih-Tzu, de Malteser, de Chiouaoua (of zoiets), en noem maar op.

Eigenlijk zijn deze rassen te klein om hond genoemd te worden, maar vermits op de laatste conventie van de verenigde dierenrassen, elk ras een veto inriep met als intentie deze dieren te weren, én omdat de afgevaardigde Bobtail het te druk had met het besnuffelen van het achterste van de notuliste (niet toevallig een bevallige Franse poedel), werden deze door de natuur benadeelde schepsels, volledig onterecht het label ‘hond’ toegekend. ‘Knaagdier’ had niet misstaan, maar de vertegenwoordiging van de ratten haalde aan dat ze nog maar net de cavia’s een erkenning hadden gegeven en dat een extra belasting van de soort er voorlopig echt niet bij kon.

Maar we dwalen af. Het ging erover hoe weinig hondeneigenaars rekening houden met niet-eigenaars (vergelijkbaar met rokers en niet-rokers, maar daarover de volgende keer meer). We zouden eigenlijk al tevreden zijn, wanneer alle baasjes hun dieren goed aan de leiband houden en wanneer ze de ‘troep’ van hun lievelingen met een kakzakje zouden meenemen (of best weggooien, eigenlijk…). Was dit het geval, dan was er geen probleem. Dan zal niemand iets zeggen als er met deze honden vrolijk over de stranden gedarteld wordt.

Het is echter anders… Maar gelukkig voor ons, taalminnend Vlaanderen, geeft dit ook weer de ruimte voor door en door Vlaamse neologismen, die onze taal steeds weer verrijken. het is dan ook steeds weer met de glimlach dat je zegt (wanneer je schoenen weer eens om zeep zijn): ” ’t Is weer een dijkschijter!”